Uilke Barends heeft als gezagvoerder/kapitein op de volgende schepen naar- en van Oost-Indië gevaren:

 

De IJstroom:

 

Op 01-10-1790 vertrok de IJstroom vanaf ford Rammekens ( Zeeland ) naar Batavia op Java ( via Kaap de Goede Hoop van 03-03-1791 tot 18-04-1791 ) alwaar het schip op 24-07-1791 aankwam. Het schip voer in opdracht van de V.O.C. kamer Zeeland met Uilke Barends als schipper.

 

De IJstroom was een zogenaamd fluitschip, gebouwd in 1785 op de werf in Amsterdam en is aldaar aangekocht door de V.O.C.kamer Amsterdam. Het schip was in gebruik bij de V.O.C. vanaf 1785 tot 1793 toen het verkocht is in Batavia. Aankoopprijs fl. 73.000,- en verkoopprijs 2.790,-rijksdaalders.

 

Lengte: 142 voet,

Laadvermogen: 898 ton.

Oorspronkelijke naam: Eikenwoud.

De IJstroom was het eerste grote schip waar Barends als kapitein het bevel over voerde. 

  • Succesvolle vuurdoop: Barends nam het commando over dit retourschip in 1790. In tegenstelling tot zijn latere reizen, verliep de reis met de IJstroom zonder grote geopolitieke catastrofes of schipbreuken. 
  • Doel: Het schip werd ingezet op de traditionele handelsroute tussen de Republiek en de specerijencentra in Azië (Batavia). Barends bewees met deze reis zijn bekwaamheid als kapitein en navigator, wat hem direct een goede reputatie opleverde binnen de Kamer Zeeland van de VOC.

 

Een passage uit het logboek:

 

Date/Time Start: 1790-09-25T00:00:00 * Date/Time End: 1791-03-09T00:00:00

Event(s):

 

 

Ystroom_VOC_152_11432  * Date/Time Start: 1791-03-05T00:00:00 * Date/Time End: 1791-03-09T00:00:00 * Campaign: Cliwoc_cruise  * Device: Underway cruise track measurements  * Comment: Ship: Ystroom (Fluit), 1st Observer: Ulke Barendsz (Schipper), 2nd Observer: Manus Zilwa (Bootsman), Company: VOC-Z, Dutch Asiatic Shipping Number: 4679.2, Other ship information: 898 TON, GEKOCHT 1785, GEBOUWD TE AMSTERDAM. BEMANNING: TOTAAL 123 KOPPEN, 97 EUROPEANEN, 26 CHINEZEN. GEMONTEERDT MET 6 PS YSER CANON A 2 LB UIJT. GEPROVIANDEERT VOOR 9 MAANDEN. DIEP: V: 16 EN A: 17 VOET (AMSTERDAMSE MAAT). 3 VOOR- EN 2 GROOTMARSZEILEN VAN WELKE DE EERSTE TWEE EN DE LAATSTE EEN NIEUW GEWEEST ZIJN. EN DE ANDERE TWEE MEER ALS HALF SLEET. NAMEN ZONDER RANG UIT SCHEEPSVERKLARING MAART 1791 EN AFSLUITING VAN HET JOURNAAL (JPG 55): J.W. KOSTER, JACOBUS DE JONGE, JOHANNES SAND, ISAAC HAVELAAR, PIETER ROOZENOUD, DIRK POORTVLIET, CORNELIS DE BRUIJN. PIETER ROOSENHOUT, ZEILMAKER

 

 

Comment:

1790-09-30T00:00: IN DE AGHTERMIDDAGWACHT LEIJDEN DE COMPASSEN VOLGENS GEENEZ: RESOLUTIE OP 22 °/30 N WESTERING. EN EEN VOOR DE LOOT. OP 30/00 N WESTERING VOLGENS T ED COMP INSTRUCTIENS. DEN 30-9 KWAM DESAGTERMIDDAGS DE EQUIPAGEMEESTER AAN BOORD. ENWIERDEN IN T GEENER GERESOLVEERD. OM VOOR VLISSINGEN TE LOOPEN, LIGTEN DIERHALVEN THEN 3 UREN 30 HET ANKE. EN GINGEN ONDER ZEIJL IN COMP: VAN T VOORZ. SCHIP DE ONZEEKER. STUURDEN VOLGENS LOOTSMANS VERKIESIN. LOODEN CONTINUEE. VAN 7 TOT 4½ EN WEER TOT 10 VADEM. SALUEERDEN DE STAD VLISSINGEN THEN 4 UER 30 MET 5 LB CANONSCHOTEN. ZEIJLDEN WIJDERS IN COMP. VAN S COMPAGNIES LOOTSGALJOOT. EN KWAMEN T SAAMEN THEN 6 UERE. VOO HET DAAGS ANKEREN THOUW OP DE DIEPTE VAN 9 VADEM BEKWAAME GRONDT. STAEKEN EEN GROOTE BAGT THOUW VOO. ENZ.SEIJLDEN VOLGENS WAARNEMIN. DE ZO: L. VAN VLISSINGE. OZO. EN T WESTELIJKSTE LAND. VAN WESTCAPPELL. NWTN: EN DE THON NO. 1 WTN½N ALLE RW, .VERSIEN HET THOU. SCHOOREN CABELARING: MAAKTE ZEIJLEN VAS. VERRICHTEN ALLES VOLGENS ZEEMANS COSTUM. HIELDEN MET DE HELFDT DER EQUIPAGE WAG. STAAKEN EEN THEN 8 UEREN KLAARDEN T OP (..) DOG WEEGENS VERLOOP VAN T GETIJ BLEEVEN LEGGEN. LIGTEN VAN AGHTEREN OP WELK DOOR EEN DITO VAN S COMPAGNIES GALJOOT BEANTWOORDT WIERDE

 

 

 

 

 

De Eenparigheid:

 

Op 29-01-1791 vertrok de Eenparigheid van Batavia naar Texel ( via Kaap de Goede Hoop van 01-01-1792 tot 29-01-1792 ), waar het op op 26-04-1792 aankwam. De gezagvoerder op dit schip was Uilke Barends. Het schip voer in opdracht van de kamer Amsterdam.

 

De Eenparigheid was van het type fregat. In februari of maart 1784 werd de Groenewoud, zoals het schip tot dan toe heette aangekocht door de kamer Hoorn en omgedoopt tot Eenparigheid. Bij de koop was het staand want en het lopend want inbegrepen, evenals de ammunitie en de inventaris. De Eenparigheid is in 1802 verkocht in de republiek.

 

Lengte: 142 voet.

Laadvermogen 898 ton.

Oorspronkelijke naam: Groenewoud.

De Eenparigheid (1791)

Vrijwel direct na zijn terugkeer kreeg hij in 1791 het gezag over de Eenparigheid. 

  • Het schip: Dit was een klassieke, zwaarbewapende Oost-Indiëvaarder. Dit type schepen was ontworpen om gigantische ladingen handelswaar te vervoeren en tegelijkertijd bescherming te bieden tegen piraterij.
  • Zakelijk succes: De reis met de Eenparigheid was commercieel zeer succesvol. Het schip bracht een waardevolle lading Aziatische producten veilig terug naar de Nederlandse havens. Het succes van deze reis was voor de bewindhebbers van de VOC de directe aanleiding om Barends in 1793 de leiding te geven over de gloednieuwe Mentor. 

 

 

De Mentor:

 

Op 06-04-1793 vertrok de Mentor ( Engels schip, gehuurd door de kamer Zeeland ) onder leiding van kapitein Uilke Barends voor een reis van fort Rammekens ( Zeeland ) naar Batavia, alwaar het schip op 04-10 1793 aankwam, na een tussenstop bij Kaap de Goede Hoop, die duurde van 13-07-1793 tot 30-07-1793.

 

Op 22-11-1794 keerde het schip de Mentor met aan boord de kapitein Uilke Barends terug naar Nederland. Kaap de Goede Hoop werd aangedaan van 11-03-1795 tot 21-05-1795. De reis ging verder, maar nabij het eiland St.Helena werd het schip en bemanning gekaapt door de Engelsen en opgebracht als oorlogsbuit naar Engeland. Aan boord bevond zich ook Frans Naerebout, de beroemde loods  ( zie ook boek: Man te Roer van Dignate Robbertz ) uit Zeeland die terug keren wou vanuit Kaap de Goede Hoop naar Zeeland.

 

De Kapingsgeschiedenis: deze betekende eigenlijk de nekslag voor de VOC, die al jaren in moeilijkheden was;

 

op 18 mei 1795 voer een Nederlandse vloot van 16 schepen, onder begeleiding van twee oorlogsschepen, namelijk de Scorpio en de Komeet de haven van Kaap de Goede Hoop uit. In verband met het slechte weer gingen acht schepen terug naar kaap de Goede Hoop, alwaar zij op 20 mei aankwamen. Een dag later voeren ze weer uit, maar ze kregen geen contact meer met het hoofdconvooi.

 

Op 14 juni 1795 werden deze acht schepen, waar onder de Mentor gekaapt door de Engelsen  nabij St.Helena.

 

De HMS Scepter onder commandant Captain Essington kwam op St.Helena aan in een convooi met andere Engelse schepen en zij brachten het nieuws dat de Franse legers Nederland hadden overvallen en ingenomen.

Te zelfder tijd kwam het schip Swallow, die eveneens uit Kaap de Goede Hoop kwam, aan op St.Helena met het nieuws dat een belangrijk Nederlands convooi onderweg was van de Kaap de Goede Hoop naar Nederland.

Captain Essington vroeg toen permissie aan de gouverneur van St.Helena om manschappen en schepen teneinde het Nederlandse convooi op te sporen en te kapen.

De Manship,General Goddard en de Swallow kreeg hij toen onder zijn commando en troepen van het eiland werden ingescheept op genoemde schepen.

Op drie juni zeilde dit kleine squadron uit en de zoektocht naar de Nederlanders begon. Vijf andere schepen werden inmiddels klaargemaakt om dit sqadron te versterken, namelijk: de Asia,de Lord Hawkesbury,de Essex, de Airly Castle, en de Busbridge.

Op 15 juni werd er contact gemaakt met het Nederlandse convooi en na enig heen en weer geschiet zwichten de Nederlanders voor de overheersende Engelse vuurkracht en werden opgebracht naar St.Helena. Alle schepen kwamen ten anker nabij St.Helena op 17 juni 1795.

Op 1 juli vaart de Sceptremet haar buit en het Britse convooi naar Shannon in Ierland, alwaar de buit wordt verkocht.

 

De Engelse kunstschilder Thomas Luny ( 1759-1837 ) heeft de veldslag op het doek gebracht en dit schilderij hangt nu in het Nationaal Scheepvaartmuseum te Greenwich.

 

Naar dit schilderij is nog een postzegel ontworpen.

 

De opgebracht schepen waren: de Alblasserdam, de Mentor,de Meermin,de Dordwijk,de Vrouwe Agatha, de Zeelelie en de Surcheance.

 

De Mentor had een lading aan boord met een waarde van fl. 61.361,- en aan boord bevonden zich 50 personen.

 

De Mentor is gebouwd op een werf in Engeland en was gehuurd door de kamer van Zeeland ( Middelburg ), in gebruik bij de V.O.C. vanaf 1784 tot 1795.

 

Gedurende twee reizen heeft het in Engeland gebouwde schip als huurschip voor de V.O.C. gevaren. In 1789 kocht de kamer van Zeeland het schip voor fl.36.000,- van J.C.Citters en Catteau uit Zeeland.

 

Lengte: 122 voet.

Laadvermogen: 560 ton.

Bemanning: 31 man.

 

 

 

 

Gekaapte schepen in 1795 bij St.Helena:

 

Vrouwe Agatha                                        kamer Amsterdam         kapitein Willem de Klerck

Dordwijk                                                   kamer Rotterdam

Hougly                                                       kamer Delft

Mentor                                                      kamer Zeeland                 kapitein Uilke Barends

Zeelelie                                                       kamer Zeeland

Alblasserdam                                            kamer Rotterdam

Surceance                                                  kamer Zeeland

Meermin                                                    kamer Amsterdam        kapitein Gerard Ewoud Overbeeck

 

In de daaropvolgende maanden werden elders nog meer VOC schepen gekaapt door de Engelsen, dit betekende feitelijk het einde van de VOC in 1799:

 

Jonge Bonifacius

Louisa Anthonia

Vertrouwen

Haas

 

     

 

 

Thomas Luny :

 

Battle St. Helena 1795

De Vreede en Rust:

 

Op stapel in 1794 of daarna.

Het Spiegelretourschip Vreede en Rust (1802)

 

Dit een groot, driemast oceaanwaardig vaartuig. Het was gebouwd voor de lange reizen naar Azië en had de volgende kenmerken:

Technische details van het schip Vreede en Rust

De Vreede en Rust was een grote spiegelretourscheepse driemaster, specifiek ontworpen om de zware wereldreizen voor de Aziatische Raad (de opvolger van de VOC) te trotseren: 

  • Bouw en afmetingen: Het schip was een robuuste Oost-Indiëvaarder met drie masten en twee dekken. Het had een laadvermogen van 1000 ton om specerijen, textiel, porselein en koffie te transporteren. [1]
  • Bewapening: Net als andere retourschepen uit die tijd was het schip uitgerust met tientallen kanonnen. Dit was noodzakelijk om zich te verdedigen tegen kapers en vijandelijke marines (vooral de Britten) op open zee. [1]
  • Type en Bouw: Het was een klassiek spiegelretourschip met de kenmerkende hoge, versierde "spiegel" (achterzijde). Het werd speciaal ingezet voor de Raad der Aziatische Bezittingen, de opvolger van de VOC.

  • Grootte: Het schip had een laadvermogen van circa 400 tot 500 last (ongeveer 800 tot 1000 ton) en mat 142 voet.

  • Bewapening: Omdat het schip in 1802 voer — een tijd van grote politieke spanningen en kapers op zee — was het zwaar bewapend. Het schip voerde waarschijnlijk 20 tot 26 kanonnen (metalen stukken) om zich te kunnen verdedigen tegen Engelse kapers of vijandige vloten.

  • Bemanning: Er waren ongeveer 80 tot 100 bemanningsleden aan boord, waaronder matrozen, soldaten voor de beveiliging en ambachtslieden zoals timmerlieden.

  • Door de vrede van Amiens  ( 27 maart 1802 ) kon er weer gevaren worden naar de oost en op 23 sept 1802 voer de Vreede en Rust uit naar de oost met kapitein Uilke Barends als commander.

    Het schip Vreede en Rust keerde van deze reis niet terug naar Nederland want de vrede van Amiens eindigde 18 mei 1803 omdat de Britten weigerden Malta te ontruimen en aan Frankrijk weer de oorlog verklaarden.

  •  

    De reis verliep als volgt:

    • 23 september 1802 – vertrek vanaf de rede van Rammekens (Fort Rammekens) naar Oost-Indië.
    • Begin 1803 – aankomst in Batavia (Java), na een normale reis via Kaap de Goede Hoop.
    • 1803 – het schip bleef in Indië in dienst van de Bataafse regering en werd daar ingezet voor de vaart tussen Batavia en andere plaatsen in de archipel. In latere koloniale berichten komt de Vrede en Rust nog als binnenlands varend schip voor, maar niet als retourvaarder naar Nederland.

    Dat verklaart ook waarom er geen aankomstdatum in Rammekens of Texel bestaat voor deze reis: de Vreede en Rust maakte geen retourreis.

    Dit past in de historische situatie. Na de opheffing van de VOC (1799) en tijdens de Napoleontische oorlogen was de verbinding tussen Nederland en Oost-Indië uiterst onzeker. Veel schepen die eenmaal in Indië arriveerden, werden daar gehouden voor de koloniale vaart of konden door de Britse zeemacht niet veilig terugkeren.

     

    Het schip is dus op 06-05-1802 uitgevaren vanuit fort Rammekens  via Kaap de Goede Hoop naar Batavia. Gezagvoerder was Uilke Barends en hij is waarschijnlijk als passagier op een ander schip weer naar Nederland terug gekeerd, in 1804 was hij in ieder geval weer thuis in Leeuwarden.

Vermeldenswaard is nog dat de loods die de Vreede en Rust buitengaads loodste in 1802 Frans Naerebout was, een beroemdheid van wie een standbeeld aan de boulevard van Vlissingen te vinden is.

 Frans Naerebout (Veere 30 augustus 1748-Goes 29 augustus 1818), loods, die op 24 juli 1779 het leven redde van 87 opvarenden van de Woestduin. Dit uit Batavia terugkerende schip van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) was in een vliegende storm in stukken geslagen op de Noorder- en Oosterrassen, zandbanken tussen Westkapelle en Zoutelande.

 

 

 

 

standbeeld Frans Naerebout te Vlissingen

Maak jouw eigen website met JouwWeb